Kentering. Jg. 7, nr. 3. Februari 1966

diverse auteurs
€9,00
Verzenden naar
*
*
Verzendmethode
Naam
Geschatte levering
Prijs
Geen verzendopties

Publisher: Nijgh & Van Ditmar - Diogenes' Boekhandel, 's Gravenhage - Antwerpen
Edition: 1st
Language: NL
Pages: 48
Condition: VG
Cover condition: G
Binding: SC

- INHOUD
Tijd-schrift (Johan de Roey; Peter Berger; Andries Rosema)
Collage (VBen Hoezen)
Aantekeningen (Harry Scholten)
VVrede gedichten (Adriaan de Roover)
Gedichten (Marcel van Maele)
De acteurs (Otto Dijk)
Gedichten (Henk Kooyman)
Gedichten (Berend Wineke)
Gedichten (Henk C. Achterberg)
Gedichten (Ton van Reen)
Arnold Frans (Jan Elemans)
Kroniek van de roman Mijn Levende schaduw (Wim Hazeu)
Het nieuwe Thebe (R. A. Cornets de Groot)
Gedicht (Joop Mayer).
- ten geleide
Enkele maanden voor zijn dood besprak ik met Marja de publicatie van een gedeelte van zijn literair dagboek in Kentering.
Hij was over dit idee enthousiast. Ik zou de eerste keus maken, terwijl Marja daarna de definitieve volgorde zou bepalen. Tot dit laatste is het niet meer gekomen.
Ondanks de uiterlijke tekenen van een naderend einde, kwam Marja's dood voor zijn vrienden toch nog onverwacht; misschien omdat Marja innerlijk nog zo vol leven, nog zo vol plannen, ideeën en verwachtingen was.
Met een andere vriend van Marja, Harry Scholten, heb ik nu een keuze uit het literair dagboek gemaakt.
De delen die weggelaten zijn, dragen zoals zoveel dagboeken, o.i. een te tijdgebonden, en dus nu verouderd, stempel.
Buiten de rubriek Tijd-schrift staat dit gehele nummer van Kentering in het teken van Marja en zijn werk. Wij zien dit nummer niet alleen als een hommage
aan Marja, maar ook als een nieuw vertrekpunt voor het lezen van zijn toch wel onderschat werk.
(Als literaire prijzen een maatstaf zijn voor waardering en belangstelling, dan is Marja er zeer bekaaid afgekomen. Buiten de Hendrik de Vries-prijs en een enkele reisbeurs om, werd hem weinig „officieels" toegekend. Verwonderlijk wil ik nu bijvoorbeeld noemen het feit dat Marja, die een lange tijd in Den Haag woonde, door de Jan Campertstichting nooit „riip" werd geacht voor een prijs. In hoeverre hier persoonlijke rancune van een of meerdere juryleden een rol speelt, kunnen andere personen, bijvoorbeeld de juryleden zelf, beter beoordelen).
Wim Hazeu.