Joannes Baptista Van Helmont Toparcha in Merode, Oirschot, Pellines et Royenborch, etc. Ad judicem neutrum causam appellat suam et suorum philadelphus ou Apologie du magnetisme animal
Joannes Baptista van Helmont & Corneille Broeckx
Year: 1869 [MDCCCLXIX]
Publisher: C. Broeckx & J.E. Buschmann, Anvers
Edition: 1st
Language: FR & Latin
Pages: 78
Condition: VG
Cover condition: G
Binding: SC
Ft: 22,8*14,6*0,5 cm. 135 gr.
- Cette phrase désigne un texte rare de Jan Baptista van Helmont (1577-1644), publié pour la première fois en 1869 par le docteur Corneille Broeckx.
Le titre complet, Joannes Baptista van Helmont toparcha in Merode, Oirschot, Pellines et Royenborch, etc. ad judicem neutrum causam appellat suam et suorum Philadelphus, peut se traduire par : « Jean-Baptiste van Helmont... en Philadelphe (ami de ses frères), en appelle pour sa cause et celle des siens à un juge neutre ».
Sous-titré Apologie du magnétisme animal, ce document est une défense des théories de Van Helmont sur la cure magnétique des plaies.
Ce texte s'inscrit dans la violente controverse qui opposa Van Helmont aux autorités religieuses (notamment les Jésuites) après la publication non autorisée de son traité De magnetica vulnerum curatione en 1621.
Considéré par certains historiens comme l'une de ses productions les plus singulières, il y expose des idées extraordinaires sur les forces invisibles et la sympathie naturelle.
Bien que rédigé au XVIIe siècle dans le cadre de ses démêlés judiciaires avec l'Inquisition, le manuscrit est resté longtemps inédit. C'est l'historien de la médecine Corneille Broeckx qui l'a exhumé et publié à Anvers chez Buschmann en 1869 pour éclairer l'histoire de la médecine et du magnétisme en Belgique.
- De Latijnse titel "Ad judicem neutrum causam appellat suam et suorum Philadelphus" verwijst naar een zeldzaam manuscript van de Vlaamse chemicus en arts Jan Baptista van Helmont (1577-1644).
Dit document werd pas in 1869 voor het eerst gepubliceerd door dokter Corneille Broeckx.
De volledige titel vertaald in het Nederlands luidt ongeveer als volgt: "Jan Baptista van Helmont... roept, als Philadelphus (vriend van zijn broeders), voor zijn zaak en die van de zijnen een neutrale rechter op".
Het document, met als ondertitel Apologie du magnétisme animal (Pleidooi voor dierlijk magnetisme) in de Franstalige editie van Broeckx, is een verdediging van Van Helmonts theorieën over de magnetische genezing van wonden op afstand.
Dit geschrift maakt deel uit van de intense controverse tussen Van Helmont en de kerkelijke autoriteiten (met name de Jezuïeten). De ruzie ontstond na de ongeautoriseerde publicatie van zijn verhandeling De magnetica vulnerum curatione (Over de magnetische wondgenezing) in 1621.
Historici beschouwen dit als een van zijn meest opmerkelijke werken. Hij beschrijft er buitengewone ideeën over onzichtbare krachten, natuurlijke sympathieën en de werking van het 'dierlijk magnetisme'.
Hoewel het werk in de 17e eeuw werd geschreven tijdens zijn juridische strijd met de Inquisitie, bleef het manuscript lange tijd ongepubliceerd. Het was de medisch historicus Corneille Broeckx die het document opdook en in 1869 in Antwerpen publiceerde om licht te werpen op de geschiedenis van geneeskunde en magnetisme in België.
- De titels Toparcha in Merode, Oirschot, Pellines et Royenborch verwijzen naar de adellijke status en bezittingen van de Vlaamse arts en scheikundige Jan Baptista van Helmont (1577/1580–1644).
Verkrijging: Van Helmont verkreeg deze titels en de bijbehorende heerlijkheden in 1609 door zijn huwelijk met Margaretha van Ranst, die uit een rijk adellijk geslacht stamde.
Betekenis: De Latijnse term toparcha (toparch) betekent letterlijk "heer" of "heerser over een plaats". De bezittingen bevonden zich voornamelijk in de regio van het toenmalige Brabant.
Impact op zijn werk: Dankzij de inkomsten uit deze landerijen (waaronder Merode, Oirschot, Pellines en Royenborch) was Van Helmont financieel onafhankelijk. Hierdoor kon hij zich volledig wijden aan zijn wetenschappelijk onderzoek in zijn privélaboratorium, zonder afhankelijk te zijn van beschermheren of betaalde medische praktijken.
De volledige Latijnse frase wordt vaak aangetroffen in bibliografische beschrijvingen van zijn werken of in 19e-eeuwse studies over zijn leven, zoals die van Corneille Broeckx.
- Exlibris T. S. Willems. Bibliotheque P. E. Willems.