Newsletter

Jan Coucke en Pieter Goethals

Raf VERHULST
€39,00

Year: [1938]
Place: Antwerpen
Publisher: Patria
Edition: 1st
Language: NL
Pages: 786
Condition: VG
Cover condition: VG
Binding: HC
Illustrated:  Met teekeningen van Lode SEGHERS, omslag van BUS.

Jan Coucke en Pieter Goethals waren twee Vlamingen die tijdens de eentalige periode van België in 1860 ter dood werden veroordeeld. Ze zijn een voorbeeld en een exponent van hoe de toenmalige Franstalige bourgeoisie omging met de volgens hen minderwaardige Nederlandstalige Vlaamse medeburger. De latere bekentenis van de echte daders leidde tot een debat in het parlement dat in 1873 uitmondde in de wet-Coremans, een van de eerste wetten waarin het Nederlands als officiële taal in België wordt erkend.
Geschiedenis Op 23 maart 1860 werd de weduwe Dubois te Couillet bij Charleroi het slachtoffer van een moordoverval bij nacht. Zij werd de volgende ochtend in stervensnood aangetroffen en door de veldwachter ondervraagd. Zij kon enkel nog uitbrengen dat haar aanvallers "Vlaams" spraken. Bijgevolg werd de aandacht van het gerecht gevestigd op twee Vlamingen die in de streek werkten, Jan Coucke en Pieter Goethals. Coucke en Goethals werden voor het Assisenhof van Henegouwen te Bergen ter dood veroordeeld, en daarna onthoofd op de Grote Markt van Charleroi op 16 november 1860. Het proces kon moeilijk eerlijk genoemd worden. Zo sprak Goethals slechts zeer gebrekkig en Coucke in het geheel geen Frans. Toch vond de hele zaak in het Frans plaats en trad als tolk een Luxemburgse rijkswachter op die al even slecht Frans als Nederlands sprak, en verstond de advocaat van Coucke en Goethals geen Nederlands. In 1861, een jaar na de terechtstelling, verschenen 14 leden van de beruchte Zwarte Bende voor hetzelfde Assisenhof. Bendelid Leopold Rabet bekende dat het leden van de bende waren die de weduwe Dubois hadden vermoord. Om het gerecht op een dwaalspoor te brengen hadden de daders tijdens de overval enkele woorden Nederlands gesproken. Jean-Baptiste Boucher en Auguste Leclercq bekenden de moord te hebben gepleegd en werden ter dood veroordeeld.